U bent hier
Please cry
Ik moet zowat de meest hypocriete mens ter wereld zijn. Kritiek geven op de media terwijl je zelf zo vaak in de media opduikt, hoe is het mogelijk? Die boodschap werd steevast meegegeven in de mediastorm die ik stoemelings ontketende met een paar ongezouten statements over de (on)geloofwaardigheid van de media.
Persoonlijk lijkt het mij erg logisch dat iemand die veel ervaring heeft met media ook goed geplaatst is om er eens iets over te zeggen. Maar die invalshoek leverde alleen hoongelach op bij journalisten. Mediakritiek vanwege iemand die een publiek bestaan leidt, waarbij hij als politicus en als private persoon in de media komt, getuigt van schijnheiligheid, punt aan de lijn. We gaan er met andere woorden van uit dat onze publieke hoedanigheid primeert en dat we ons niet kunnen veroorloven om dingen te doen die daar niet congruent mee (lijken te) zijn.
Eeuwenlang was dit nochtans een maatschappelijke evidentie. Wie de burger was in zijn privaat bestaan, hoefde helemaal niet overeen te stemmen met wie hij was in het publieke leven. Zo'n onderscheid tussen de private en de publieke cultuur werd niet geproblematiseerd. De getrouwde Oscar Wilde onderhield een relatie met de zestien jaar jongere Alfred Douglas. Diens vader accepteerde wel die private band, maar niet dat Wilde ermee in de openbaarheid kwam. Hij noemde Wilde daarom hardop een sodomiet, waarop de schrijver hem aanklaagde wegens smaad. De verdediging voerde echter aan dat het alleen smaad was als het een onwaarheid betrof. Het proces over het publieke leven (smaad) werd omgekeerd in een proces over het private leven (homoseksualiteit). Heel Wildes privéleven werd binnenstebuiten gekeerd op zoek naar bewijs voor zijn homoseksualiteit. Wilde eindigde zelfs in de gevangenis. Het proces geldt als het toppunt van de Victoriaanse hypocrisie en bewijs van de onhoudbaarheid van een aparte moraal voor publiek en privaat leven. Hannah Arendt beschrijft in The origins of totalitarianism hoe de burgerij af wilde van deze dubbele moraal. Het communisme en het nationaalsocialisme boden een oplossing door ook invulling te geven aan het privéleven. Totalitaire regimes drongen in de 20ste eeuw de huiskamers binnen en legden beslag op alle facetten van het menselijk bestaan.
Big brother had overal ogen en oren, publiek en privé. Tientallen miljoenen doden later waren we wat blij opnieuw een onderscheid te kunnen maken tussen het publiek en het private bestaan.
Een zekere congruentie wordt daarbij wel verondersteld. Flagrante tegenstellingen vinden we aanstootgevend. Publiek uithalen naar de notionele interestaftrek en er zelf gebruik van maken, is bijvoorbeeld niet zo'n goed idee. Een onderscheid tussen publiek en privé is in een vrije samenleving echter wel opnieuw verworven. Tenminste, vooralsnog. Want big brother komt dan misschien niet meer als een dictator onze deur intrappen, we laten hem zelf met open armen binnen.
Vrijdag plant Mark Zuckerberg 337,4 miljoen aandelen van Facebook op de beurs te brengen. Het zou hem in één klap 11,8 miljard dollar moeten opleveren. Een astronomisch bedrag dat hij dankt aan bijna 1 miljard mensen die om een of andere reden vrijwillig hun privaat leven publiek maken. Informatie die daarna wel eigendom blijft van Facebook. Buiten het medeweten van al die mensen worden gegevens over wie ze zijn - opinies, seksualiteit, woonplaats, ... - verkocht aan wie die informatie wil gebruiken.
Kennelijk vinden we dat niet zo erg. Het onderscheid tussen publiek en privaat werd door het totalitarisme met geweld opgeheven door het privéleven aan de publieke moraal te onderwerpen. Vandaag doen we uit vrije wil het omgekeerde: heel ons privéleven komt op het publieke forum. De logica dat iedereen hieraan meedoet, wordt steeds dwingender. Zo hebben publieke figuren die een deel van hun privéleven openbaar maken vrijwel geen recht meer op privacy. Denk aan de manifestanten op de begrafenis van prinses Diana die haar kinderen de boodschap 'please cry' voorhielden. Maar ook onbekende mensen die in de openbaarheid komen, ondergaan dat lot. Denk aan de foto's van de in Zwitserland verongelukte kinderen die toch maar op de voorpagina's belandden. Paul McMullan, gewezen journalist van de opgedoekte Britse krant News of the World die allerlei bekende personen afluisterde, vatte de opkomende tijdgeest samen toen hij zonder blikken of blozen aan de parlementaire onderzoekscommissie verklaarde: 'privacy [is] the space bad people need to do bad things in'. Toch misschien maar eens nadenken over wat we onder luid applaus aan het opgeven zijn.